: Berch van Heemstede-Roelants, Douarière C.E. van den
: collectie
: Den Haag
: Vlg.cat. Frederik Muller, Amsterdam, 7 juli 1903, nr.63
: Dit betreft de nalatenschap van de in 1902 overleden Christine Elisabeth van den Berch van Heemstede-Roelants douairière van Jonkheer I.L. van den Berch van Heemstede (1811-1879).
|
: Frederik Muller
: veiling
: Amsterdam
: Vlg.cat. Frederik Muller, Amsterdam, 7 juli 1903, nr.63
- *
: Berch van Heemstede, Erven Jonkheer I.L. van den
: collectie
: Den Haag
: Vlg.cat. Frederik Muller, Amsterdam, 7 juli 1903, nr.63; Vlg.cat. Frederik Muller, Amsterdam, 15 december 1942, nr.69; RKD Lijst van Schilderijen, tijdelijk opgeborgen in het Gemeentemuseum te 's Gravenhage en gefotografeerd door het RKD, 's Gravenhage, mei 1942, Verzameling Jhr. I.L.van den Berch van Heemstede
: In de veiling bij Frederik Muller op 15 december 1942 komen onder de naam 'Oude Haagse Verzameling I' 8 schilderijen voor, waaronder dit schilderij, die ook op 7 juli 1903 werden geveild. Dit wijst erop dat deze schilderijen onverkocht bleven en terugkeerden naar de familie of door de familie werden teruggekocht.
* -
: Berch van Heemstede-Schuurbeque Boeye, Jonkvrouw G. van den
: collectie
: Den Haag
: Vlg.cat. Frederik Muller, Amsterdam, 7 juli 1903, nr.63; Vlg.cat. Frederik Muller, Amsterdam, 15 december 1942, nr.69
|
: Frederik Muller
: veiling
: Amsterdam
: Archief SNK nr.436, 866; Vlg.cat. Frederik Muller, Amsterdam, 15 december 1942, nr.69; Fotodocumentatie kunsthandel Gebroeders Douwes
: Dit schilderij, geveild als onderdeel van 'Oud Haagsche verzameling I', is vermoedelijk afkomstig uit de nalatenschap van Douairière Jonkheer Mr. L. van den Berch van Heemstede -Jonkvrouw G. Schuurbeque Boeye (1857-1938). Zij had twee ongehuwde zonen, woonachtig in Den Haag.
Uit het herkomstonderzoek naar de periode 1933-1945 komen geen indicaties naar voren die wijzen op mogelijk onvrijwillig bezitsverlies.
De herkomstgeschiedenis van dit schilderij is sluitend voor de periode 1933-1945. Dit schilderij was sinds minstens 1903 in een Haagse prive-verzameling, waarschijnlijk de verzameling van de familie Van den Berch van Heemstede. Door overerving kwam het in het bezit van jonkvrouw G. van den Berch van Heemstede-Schuurbeque Boeye, die het op 15 december 1942 liet veilen bij veilinghuis Frederik Muller te Amsterdam. Het schilderij werd daar verkocht aan de kunsthandels Gebroeders Douwes, en D.A. Hoogendijk & Co. die beiden halfaandeelhouder waren. Op 22 februari 1943 werd het schilderij verkocht aan H.W. Hüpp, directeur van het museum Düsseldorf. Na de Tweede Wereldoorlog heeft kunsthandel Gebroeders Douwes aangifte gedaan van vrijwillige verkoop.