: De bedrijfsnaam A.J. Spijer & Zoon staat vermeld op een etiket op de achterkant van het schilderij. Uit documentatie in het Stadsarchief Amsterdam blijkt dat deze naam enkel werd gebruikt tussen 1853-1900 en daarna werd veranderd in Spijer Brothers.
Er zijn geen of onvoldoende herkomstgegevens uit de periode 1933-1945 over dit object bekend. Na onderzoek zijn tot op heden geen bronnen gevonden die informatie over de herkomst kunnen geven. Daarom is er geen uitspraak te doen over mogelijk verdachte herkomst of mogelijk onvrijwillig bezitsverlies.
De herkomst van dit object is niet sluitend. Het is niet bekend wanneer de firma A.J Spijer & Zn. uit Amsterdam het object in bezit had of wanneer het uit hun bezit is geraakt. Tevens is niet bekend hoe, van wie, wanneer en onder welke omstandigheden Rinkhuizen Den Haag het object heeft verworven. Wie wordt bedoeld met Rinkhuizen, kon niet worden achterhaald. Restaurator H. Schuuring en kunsthandelaar V. Bloch uit Den Haag werkten samen tijdens de oorlog. Volgens het interne aangifteformulier van de SNK, ondertekend door H. Schuuring, verkocht Schuuring het object in 1942 aan Göpel. In 1944 was het object echter (weer) in bezit van Bloch. Andere bronnen laten echter zien dat M.H Raft uit Den Haag het object in 1944 aan Göpel zou hebben verkocht. Onderzoek heeft niet kunnen vaststellen wat de exacte herkomstgeschiedenis is geweest. Er zijn op dit moment geen aanknopingspunten voor het doen van verder onderzoek naar de herkomst voor de periode van 1933 tot en met 1944 bekend.